Onderweg met de fiets

Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...

vrijdag 1 mei 2015

Voorbereiden op ligfietstreffen

Elk jaar houden de Gentse Liggers een treffen in het eerste weekend van mei. Als ik kan, neem ik eraan deel. Het is altijd gezellig om oude gekenden weer te zien en samen kilometers af te malen. Op die manier leer je ook elke keer nieuwe stukjes van het eigen land kennen.

Zo'n treffen duurt enkele dagen en je hebt meestal wat mogelijkheden voor de overnachting. Omdat ik graag kampeer, heb ik daar ook deze keer weer voor gekozen.

De weersverwachtingen zijn niet echt denderend, dus is de fietskeuze gauw gemaakt: het wordt de Orca. Voor de Seiran moet ik trouwens nog uitzoeken hoe ik de banaantassen eraan kan hangen. Wellicht zullen tasafhouders nodig zijn. Anders gezegd: er kan op dit moment niet genoeg mee op de Seiran en bij regenweer (voor zondag verwacht) is een velomobiel zonder twijfel aangenamer.

Kamperen betekent natuurlijk dat er extra spullen mee moeten: tent en grondzeil zijn daarbij het belangrijkste. Als je binnen wil overnachten, heb je evengoed een slaapmat en slaapzak nodig, dus dat maakt niet echt het verschil. Of eigenlijk ook wel: aangezien de nachttemperatuur nogal laag is, moet ik bepalen welke slaapzak er meegaat. De ene is een lichte en compacte donsslaapzak (Lafuma Warm 'n Light: 600g), maar die is slechts geschikt tot 5° C.


De andere is een oude slaapzak met kunststofvulling (holle vezel), maar die kan wel tot -10° C. Het gewicht van die laatste is meer dan het viervoud, net als het pakvolume. Als alles in de Orca moet, maakt dat een groot verschil!

30 cm lat erbij als referentie
Neem ik de Lafuma, dan weet ik van de grote trip vorige zomer dat het zeker geen probleem is om alles in de velomobiel te stouwen. Als ik die combineer met een biokatoen slaapzaklaken, geeft dat weer extra isolatie. Het voordeel van zo'n laken (mummiemodel) is dat het echt heel compact is. Het houdt de slaapzak ook netjes en omdat je een donsslaapzak niet graag wast, is dat mooi meegenomen. Thermische onderkleding kan ook helpen en die neemt veel minder plaats in dan die grote slaapzak. Eigenlijk valt daar dus niet over te twijfelen.

De andere zaken die wat volume innemen, zijn onder andere de Vaude Norrsken slaapmat en vooral de Vaude Mark II Light tent.
 
Nog eens als vergelijking: de winterslaapzak (2550g) versus de tent (3kg), slaapmat (600g) en slaapzak (ook 600g).

winterslaapzak versus tent, slaapmat en slaapzak
Handig, zo'n tent: heel compact op te rollen en toch een heel volume eens ze opgesteld is. Strikt genomen kan het natuurlijk nog veel compacter en lichter, maar ik hou wel van wat comfort en ruimte.

Orca, Cyclone en tent ergens langs de Normandische kust (juli 2014)
Verder moet ook de acculader weer een plekje krijgen, net als nog wat kleine zaken en een fleece trui voor 's avonds. Dat lukt allemaal wel zonder dat de Cyclone mee moet, maar ook dat blijft een optie.

Ver moet ik niet, want het treffen vindt plaats bij Aalst, op pakweg 35 km van huis. Ik sprak met Paul af, zodat beide Orca's samen naar daar rijden. De anderen uit regio Gent en verder westwaarts komen later.

Vrijdagnamiddag zullen we eerst even supporteren voor een wedstrijd van HPV Belgium in het nabije Affligem.

woensdag 29 april 2015

Seiran: aanpassen

De Seiran is ondertussen zo goed mogelijk afgesteld, maar ik kan het niet laten: er zijn alweer ideeën om de fiets wat aan te passen.

Wat ik belangrijk vind voor een toerfiets is dat er verlichting op zit. Wel: die ontbreekt volledig op de Seiran! Voorlopig kan ik dat simpel oplossen door de Raypal Comets erop te zetten, maar dat is toch wat behelpen. Voor de zomer moet het wel voldoende zijn, toch vooraan.



Op de bagagedrager zit een reflector en die kan ik vervangen - al is het tijdelijk - door een achterlicht op batterijen. Zoiets heb ik nog wel liggen, aangezien op alle "normale" fietsen in huis (van mij en de kinderen) een achterlicht op dynamo gezet is. De oude lichten gooi ik natuurlijk niet zomaar weg.

Op de houder vooraan kan desnoods de Small Sun T013 komen, met bediening op het stuur. Daarmee kan ik ook al een eind verder, ook als het echt donker wordt.


Wellicht ga ik op termijn (tegen het najaar) ook voor de Seiran een nieuw wiel maken, met een naafdynamo. In dit geval zijn er twee complicaties die de opties beperken:
  • het wiel is een niet alledaags 24" exemplaar (ETRTO 507) en dat valt natuurlijk tussen de courante 20 en 28" in. Dat wordt dus zoeken naar de optimale dynamo. De ene zal teveel stroom leveren, de andere eerder weinig.
  • de Seiran is uitgerust met schijfremmen, dus moet ook de naafdynamo hierop voorzien zijn. Dat beperkt de keuze verder.
Vermoedelijk wordt het, net als bij de Birdy, een Shutter Precision, maar dan de uitvoering voor schijfrem (SD-8). Shutter Precision bevestigde (via mail) mijn idee: de SD-8 is de beste optie voor een 24", omdat die voldoende energie kan leveren om bijvoorbeeld ook de gps of een telefoon te laden onderweg. Het leuke aan hun dynamo's is dat ze voor een redelijke prijs - ongeveer € 100 - iets leveren dat het lichtste op de markt is en het hoogste rendement biedt. Dat moet enigszins genuanceerd worden, want het rendement van een naafdynamo varieert naargelang de omwentelingssnelheid. Bij sommige snelheden doet de ene het beter, bij andere een andere, maar de verschillen zijn in de praktijk niet merkbaar bij de echt goede modellen.


En dan moet ik verzinnen hoe ik de bedrading op een mooie en betrouwbare manier langs - of liever door - het frame kan leiden.

Verder kan ik nog op zoek gaan naar de ideale verlichting. De rekening zal weer oplopen...
Een Seiran is strak vormgegeven, dus hoort daar een lamp in stijl bij. Een Supernova E3 bijvoorbeeld

Foto: Supernova
of een SON Edelux.

Foto: SON
De nieuwe B+M Luxos (U) voldoet ook wel, maar die is dan weer minder strak. Nu B+M het connnectieprobleem met de Luxos U aanpakte, is die voor ligfietsers wel minder interessant geworden: de kabel naar de schakelaar annex usb-connectie is nu vast uitgevoerd en die kan dus niet meer verlengd worden zoals voordien. Het gevolg is dat de kabel simpelweg te kort is om die schakelaar op het stuur van een ligfiets te zetten. 


Anderzijds biedt die wel een 5V usb-voeding, zodat je niet meer moet werken met andere opties à la E-werk.
Nog even bezinnen of ik bereid ben om meer uit te geven, bijna puur voor het uitzicht en de edeler afwerking.

Het achterlicht wordt wellicht weer een BuM LinePlus, zoals op de Birdy en de Trek. Prima licht, niet te fel en degelijk gemaakt.

BuM Toplight LinePlus op de Birdy

De bandjes zijn Vee-Rubbers 32-507 en dat is toch wat smal voor wie wat comfort zoekt. 37 mm kan er zeker in; 42 mm misschien nog net. Ik ga dus op zoek naar wat anders. De beperking in breedte (en hoogte) wordt gevormd door de spatborden en die zijn onontbeerlijk voor een praktisch bruikbare fiets. 
Wat hierbij een nadeel is, is dat het aanbod in 24" erg beperkt is. Dat wil zeggen: voor kinderfietsen is veel te vinden, maar bij hoog performante banden is het een andere zaak. Marathon Plus is een optie, maar de rolweerstand daarvan is relatief hoog, meen ik. De Schwalbe Kojak kan ook, maar die blijkt moeilijk te vinden in een geschikte maat (40-507). De meeste 507's zijn namelijk minimum 47 mm breed.

Ook voor de bagage moet nog geëxperimenteerd worden. Met de Seiran kwam een Radical toptas M mee. Prima voor een toertocht, maar voor woon-werk vind ik die minder ideaal: het is nogal bewerkelijk om die tas te verwijderen en op de fiets te zetten (lus over het zitje haken en dan drie riemen vastmaken). Dat is zoals ik het wil: op het werk haal ik nu de tas van de fiets, met alles wat nodig is erin.
Ook is het vervelend dat de laadopening van de tas kleiner is dan het grondvlak. Da's net als een te klein kofferdeksel bij een auto: er passen grote stukken in de koffer, maar je krijgt ze er met geen mogelijkheid in. Nu ja, zo erg is het ook weer niet.

Ik testte met de Agu toptas die op de Kobra gebruikt werd. Die past prima op de drager en lijkt nu weer de beste oplossing, tenminste voor woon-werk. Dit is een zeer universele tas: past op de Birdy vouwfiets, op de Trek 7320 en de Seiran. De tas is gepolsterd, zodat fotomateriaal er behoorlijk schokvrij in kan vervoerd worden en er zitten openklapbare zijtasjes aan.


Ook paste ik de Ortlieb SportPacker plus (front) van de Birdy, maar daarvoor blijkt de kleine bagagedrager van de Seiran te kort: het is onmogelijk om de onderste haken ergens aan vast te maken.
Banaantassen zijn overkill om een brooddoos, portefeuille en wat basisherstelspullen mee te nemen. Dat is wel handig voor langere trips, zoals dagtrips of meerdaagse uitstappen. Ook hierop is de fiets niet voorzien. Waarschijnlijk moet daarvoor een andere bagagedrager (het "voyager rack") gebruikt worden. Er zouden optioneel ook tasafhouders bestaan, maar dat moet ik nog verder uitzoeken.

Tenslotte is er nog een hoofdstuk beveiliging. De Seiran is alweer een dure fiets, dus is een degelijk slot nodig. Zoals bij de meeste ligfietsen is hier niets voorzien. Op veel bukkers zit standaard een ringslot. Dat kun je makkelijk uitbreiden met gelijk welk ander slot. Veiligheid is altijd een afweging: de beste sloten zijn ook de zwaarste en omvangrijkste. Anderhalf kilogram beveiliging meenemen is ook niet alles. Het is ook niet de bedoeling de Seiran lange tijd onbewaakt te laten staan en het is ook niet de fiets waar ik als eerste naar grijp om naar het stadscentrum te rijden.
Waarschijnlijk neem ik de Abus Kobra-kabel met het Kryptonite slot, waarmee de Orca vastgelegd wordt. Dat is nog redelijk compact en toch opvallend. Ik heb nog een zware Kryptonitekabel liggen, uit mijn motorjaren, maar die is ook letterlijk zwaar en niet soepel. Dat ding neemt veel plaats in en stop je niet in een toptas... De praktijk zal wel uitwijzen wat het handigste is.
 
Je kunt natuurlijk zeggen dat precies daarvoor de E-Orca gebruikt kan worden, maar een open ligger is soms gewoonweg leuker. Bijvoorbeeld om met de Gentse Liggers op toer te gaan: vanuit een velomobiel is het nu eenmaal lastiger praten dan vanop een ligfiets.

maandag 27 april 2015

Hoera! (eindelijk)

Al ongeveer sinds het ontstaan van de Fietsersbond, onder de naam Perpetuum Mobile in Gent, wordt gevraagd om een bepaalde hindernis op een fietsroute weg te werken:
tussen Gentbrugge en Gent, aan de Vlaamse Kaai, gaat een belangrijke route over een sluis. Die is al decennia buiten gebruik, maar het bleek onmogelijk om de toegankelijkheid te verbeteren.

Het zit zo: alles wat te maken heeft met de grote waterlopen in een heel groot deel van Vlaanderen, valt onder het beheer van Waterwegen en Zeekanaal NV.



Die sluis op de Schelde valt dus onder hun beheer. Een sluis werd/wordt lokaal beheerd door een sluiswachter. Lang geleden vroeg één van de collega-Fietsersbonders aan de man of het niet mogelijk was om de toegang voor fietsers wat makkelijker te maken. Er stonden hekjes, om op de sluis te raken, moest je een hoogteverschil van pakweg 30 cm overbruggen (zonder helling) en de doorgang was 90 cm breed.

Zijn antwoord indertijd kwam neer op "over my dead body".


Hij vertolkte het standpunt van zijn werkgever: hun opdracht luidde het beheer van waterwegen in functie van de scheepvaart. Fietsers, dat stond daar niet bij.
Nu nog merk je iets van die attitude: als fietser "word je geduld" op de jaagpaden. Dat jaagpaden en alles rond waterwegen ideale fietsroutes zijn, da's van ondergeschikt belang (behalve als het in hun kraam past, dan kan het heel belangrijk worden).

Decennialang werd alles dus afgeblokt. Wie met een kinderkar, bakfiets, trike, velomobiel, ... van de ene kant naar de andere moest, diende maar om te rijden. "Ons probleem niet".

Maar zie: het kan verkeren. Plots werd aangekondigd dat aan die sluizen zou verbouwd worden. De leuningen werden weggehaald, de beplanking verdween en na enkele weken is de situatie gewijzigd op een minstens aanvaardbare manier.

Zaterdag bouwde de lokale werkgroep daarvoor een feestje. Dat was wel "en petit comité", omwille van de weersomstandigheden, maar het mag gevierd worden.

Om de sterk verbeterde toegankelijkheid te illustreren, maakte collega-ligger en collega-blogger Ronny het volgende filmpje.



Dat het werkt, was duidelijk: terwijl we daar een goed half uur stonden, was er behoorlijk wat passage, ook met kinderkarren en bakfietsen. Het nieuws van de vernieuwde sluis doet blijkbaar snel de ronde.

Nu is die doorgang 1,20m breed geworden. Het zou nog beter zijn indien je in beide richtingen tegelijk door kon (die sluisdeuren gaan toch nooit meer open), maar we zijn al dik tevreden met hoe het nu is.

Wat wel een probleem blijkt te zijn: het wegdek is uitgevoerd in roosterplaten. Honden worden er doodsbenauwd op, omdat ze het water onder zich zien. Als ze klein genoeg zijn, hebben ze geen steun genoeg voor hun pootjes. Ook iemand die met smalle hakken over de sluisdeuren wil, zal met dat probleem geconfronteerd worden.
Misschien moet er een strook met volle platen bij komen?

zondag 26 april 2015

Seiran: afstellen

Nu de Seiran in huis gekomen is, moeten we elkaar wat leren kennen.

Het belangrijkste is natuurlijk het afstellen en daar heb ik al wat mee geëxperimenteerd. 

Het eerste wat moest gebeuren, was de afstand tot de pedalen regelen: die was veel te groot. Een gevolg hiervan, typisch voor ligfietsen, is dat ook de ketting ingekort moest worden.

Het zitje was heel wat platter gezet - daar voel ik me makkelijker bij -, maar er leek nog een mogelijkheid te zijn om het nog anders te positioneren. Op zoek naar de ideale houding dus. 

Dat veranderen was nodig, want de steun achteraan kan maar over de helft van het bereik verlaagd worden; dan komt die tegen de lasnaden van een ander onderdeel. 
Er zijn twee posities mogelijk voor de bevestiging, of dat is toch mijn vermoeden, want er is geen handleiding beschikbaar. Vorige zondag, in een stralend zonnetje (maar met een frisse noordoostenwind), toog ik aan het werk: alle bouten van het zitje werden losgemaakt om het anders en platter weer te monteren.

Nu zijn de achterste bevestigingen gebruikt (je ziet de andere gaten)
Belemmering bij verstellen van de hellingsgraad
In mijn herinneringen ging instellen bij een Nazca (test met Gaucho enkele jaren geleden) veel eenvoudiger en sneller.

De bevestiging van de meegeleverde Radical toptas M werd opnieuw bekeken, want die vond ik niet goed: teveel tie-raps en niet makkelijk om eenvoudig de tas van de fiets te halen en weer te plaatsen.

Het stuur bleek lichtjes scheef te staan, dus werd ook dat geregeld. Nadien bleek overigens tijdens het rijden dat ook de stuurpen niet perfect afgeregeld is. Dat moet ik nog bijstellen. En nog later merkte ik dat er speling zat op de balhoofdlagering. Dit is een geïntegreerd balhoofdstel, dus dat vroeg enige studie, omdat ik zoiets nog nooit hoefde af te stellen. In de loop van de voorbije week is ook dat geregeld.

Op de fiets zit een optionele hoofdsteun. Die is handig, maar hij rammelde en dat vlak bij mijn oren! Dat kan niet, dus moest ook hier een oplossing voor komen. Die klus begon met alle overtollige tie-raps weg te knippen (veel te veel) en dan het laatste aan te spannen. Daarmee bleek dat probleem al van de baan.
Toen ratelde nog steeds iets, ergens achteraan, en daarnaar moest ik nog op zoek gaan. Het lijkt erop dat ik de veervoorspanning van de achtervering (DNM DV-22) te veel verminderd had, waardoor die rammelde.

De ketting was ook erg smerig, waardoor er meteen onderhoud nodig was. Met een zeepsopje en een oude afwasborstel werd flink geschrobd. Nadien nam ik wat vodden om alle vuil eraf te halen. Tenslotte werd de ketting gesmeerd. Hiervoor haalde ik onlangs een busje olie van KMC in huis.

Omdat data bijhouden een tweede natuur is, werd voorlopig de Minoura houder (uit de Orca) op het stuur gezet. Daarmee kon de Sony Xperia ZR (smartphone) gebruikt worden (met bijvoorbeeld OSMand of Runtastic) voor het opnemen van de ritten. Die houder werd algauw vervangen door een simpele houder van Garmin (die op de Trek zat), zodat de Oregon 450 zowel in de Orca als op de Seiran kan. Dan kan alles eenvoudig naar Garmin Connect doorgestuurd worden.

De Sigma 12.12 STS draadloze fietscomputer is al verhuisd van de Kobra naar de nieuwe. Die hoefde ik enkel nog te ijken aan de hand van de GPS.

Zo wordt de Seiran stilaan mijn eigen fiets, aangepast aan persoonlijke wensen en behoeften.

zaterdag 25 april 2015

Challenge Seiran 24: eerste indrukken


Ondertussen is er zo'n 150 km gereden met de Seiran. Ik kan dus al wat eerste rijervaringen geven en vergelijken met de Kobra.

Een dikke plus voor de Valenteyn Kobra is dat de ontwerper erin slaagde om zowat twintig jaar geleden met eenvoudige middelen een bijzonder efficiënte fiets te creëren. Het is een pure lage racer.


Zijn biotoop is de asfaltweg. Hoe vlakker, hoe beter. Dunne bandjes, een 451 voorwiel en een geometrie afgestemd op snelheid, daarmee kom je niet weg op onverhard. Het stuur is extreem smal, waardoor je handen elkaar bijna raken en de armen zowat voor je liggen. Dat lijkt me, zo op het zicht, een prima aerodynamische houding. Hij rijdt ook erg strak en, mits de fiets wat te leren kennen en onder de juiste omstandigheden, je kunt er erg schuin mee gaan in de bochten. Hij rijdt als op rails.

De Seiran is polyvalenter; het is meer een toerfiets, om relaxt mee te rijden. Daar moet ik me wel even op instellen. Met zijn 2 x 24" zit ik wel een stuk hoger: een beter uitzicht dus en dat is voor een toerfiets prima. Ook in drukker verkeer zal ik beter zichtbaar zijn.

De nieuwe Seiran 24, met alles erop en eraan
Eerst de negatieve kant van de Seiran: ik boet in aan snelheid. Dat is namelijk het domein waarin de Kobra gespecialiseerd is. Het ligt niet enkel aan luchtweerstand en geometrie, maar ook aan het bereik van de versnellingen. Met de Seiran rij ik continu op het grootste blad vooraan en in de drie hoogste versnellingen achteraan. Dan ligt de snelheid rond 30 km/u. Met de Kobra is 35 eerder de kruissnelheid en is 40 ook haalbaar. Natuurlijk: met het wisselen van de cassette of de kettingbladen kan dat bereik eenvoudig gewijzigd worden. Maar toch zal dat weinig uithalen: er is simpelweg meer vermogen nodig om dezelfde snelheid te halen. Het lijkt er dus op dat het bereik afgestemd is op de haalbare snelheden.
Dat zou kunnen liggen aan het 24" achterwiel (28" op de Kobra), maar ik heb de indruk dat de luchtweerstand ook meespeelt. Een andere mogelijkheid is dat de banden teveel weerstand geven (Vee-rubber 32-507). Ik wil sowieso bredere banden, dus daarmee kan wel getest worden, maar eerst wil ik de fiets wat beter leren kennen.
 
Een groot pluspunt is dat de Seiran duidelijk meer op mijn maat gemaakt is/afgesteld kan worden. Ergonomisch zit het dus goed. Het zitje past prima, de afstand tot de pedalen is goed te regelen en nergens voel ik iets wat niet goed zit. Ook het Ventisit matje is een sterke verbetering. (Dat laatste had ik natuurlijk zelf kunnen kopen voor de Kobra.)
Bij de Kobra, die voor grotere mensen gemaakt is (ik meet 1,70m), moet mijn rechterbeen een boog maken om de rem heen bij het trappen en kom ik met mijn bovenbenen net niet tegen het (niet in de lengte verstelbare) stuur. Daarbij moet ik goed letten op de positie van mij handen, om niet telkens met mijn bovenbenen tegen mijn vingers aan te tikken. Dat alles is het gevolg van het feit dat de Kobra voor grotere mensen gemaakt is.
Op comfortvlak is de Seiran een hele verademing. Dat is ook logisch, omdat die als toerfiets ontworpen is.

De rechtuitstabiliteit van de Seiran is ook groter: ik kan met de handen los rijden! Niet lang weliswaar en niet echt stabiel, maar het lukt wel. Dit is natuurlijk volstrekt onbelangrijk, maar het is een verschil.

Dat de draaicirkel veel kleiner is, is geen kunst: de Kobra heeft meer plaats nodig dan een Quest om een bocht te maken...Wel is het even wennen: de "helmstok" is een heel eind langer, waardoor je bij korte bochten het stuur echt zijwaarts van je weg moet duwen. Daardoor verplaats je ook je zwaartepunt. Anderzijds kùn je wel een heel eind korter draaien, mits wat oefenen.

Als het wegdek er minder goed bij ligt, lijkt het dat de Seiran het wel makkelijker heeft. Ook putten in de weg worden door het 507 voorwiel beter verteerd. Het feit dat de bandjes op 4 à 5 bar staan, tegenover 7 à 8 op de Kobra, zal ook meespelen hierin en uiteraard doet de achtervering (DNM DV-22) zijn werk: die vangt de grootste klappen op.

De 2 x 24 configuratie maakt dat je ook een eind hoger boven de grond zit. Op jaagpaden en lange einden maakt het geen verschil, maar tussen het verkeer ben je beter zichtbaar. Gelukkig is die hoogte zelfs voor mij nog haalbaar: liggend kan ik met de bal van de voeten aan de grond. Zittend kan ik mijn voeten plat zetten. Handje aan de grond, zoals op de Kobra, is uitgesloten (en ook niet nodig). 

Waar de Kobra uitgerust is met raceremmen, zitten op de Seiran Avid BB7 mechanische schijfremmen. In beide gevallen is het ruim voldoende. De schijfremmen kunnen wel lawaaierig worden bij het remmen, maar ze doen hun werk, zijn prima te doseren en kunnen, als het nodig is, de fiets heel snel stoppen. Met de Tektro racerem kan het achterwiel van de Kobra evengoed blokkeren.

In gewicht is er amper onderscheid. Vorige week zette ik de Kobra op de weegschaal en die gaf 18 kg aan. De Seiran weegt, volgend opgave, "vanaf 17 kg", dus dat zal in de praktijk zowat hetzelfde zijn.

Kort samengevat: snelheid is ingewisseld voor comfort en ergonomie.

dinsdag 21 april 2015

Lekker fietsweertje

't Is nog wat fris 's morgens - zo'n graad of 6 -, maar de kleurrijke omgeving maakt veel goed. Ik kon het dus niet laten om vandaag weer enkele foto's te maken.

Zevergem, richting zuiden
Zevergem, zicht naar het oosten
Wat heb je meer nodig als motivatie om met de fiets naar het werk te rijden?

maandag 20 april 2015

... en dus -1?

Nu de Seiran er staat, moet nog een knoop doorgehakt worden. Een fiets die niet rijdt, is zonde. Met de Seiran zal de Kobra wellicht veel minder kilometers maken. Daar bovenop is het alweer een extra fiets in de garage en het aantal vierkante meters is beperkt.

Dus zoekt de Kobra een nieuw, liefhebbende eigenaar om samen veel aangename uren op de weg door te brengen.

Laat me die fiets nog even kort voorstellen.



Dit is de staat waarin de Valenteyn Kobra bij me terechtkwam. Lichtjes onderkomen, wegens opgeslagen in een (vochtige) kelder. Dit vroeg om een grondige aanpak. Het resultaat zie je hieronder.

De trapboom was vast. Dat is aangepast, zodat die instelbaar werd.



Het frame werd tot op het blanke staal afgeschuurd, in een antiroest grondlaag gestoken en dan met twee lagen tweecomponentenlak gespoten (signaalgeel).



De achterrem voldeed niet en werd vervangen door een Tektro racerem.



De cranks waren ook niet meer in orde. De set die in de plaats kwam, is er eentje van Miche (Young) met 160 mm cranks.



Ook de derailleur had zijn beste tijd gekend. Een Shimano Sora racederailleur kwam in de plaats.



Om het probleem van de steeds aflopende en sterk slingerende ketting te verhelpen (zie twee foto's hierboven), kwam er een eindje kettingbuis over. Daarmee was ook dat van de baan.



Om af te ronden nog een beeld van de Kobra in de dagelijkse outfit.



Als extraatje komen er twee nagelnieuwe Schwalbe Durano 28-451 bij. 
Nog wat "speciallekes":
  • 8-speed cassette, maar 7-speed shifter. De 8-speed shifter krijg je erbij.
  • twee bladen vooraan, voor "bio-shifting" (ketting met de hand verleggen)
  • door de naast het wiel lopende ketting: grote draaicirkel
  • ik zou zeggen: geen fiets voor beginners, maar wel erg snel en leuk om mee te rijden
  • B+M Cycle Star spiegel
  • mono voorvork
Ik zal de markt laten spelen en dus zien wat de liefhebber ervoor over heeft. Graag wel minimum € 400 voor dit unieke stuk.