zondag 26 juni 2016

Goed gepland - een ontspannend tochtje

Alsof al die woon-werk kilometers nog niet genoeg zijn! Met WOL - de West- en Oost-Vlaamse Liggers - wordt af en toe een ritje gepland. Dat gaat (min of meer) alternerend in Oost- en West-Vlaanderen door. Er wordt een kalender opgemaakt en elke maand is er wel iemand die een rit voorstelt. Als er tijd voor is, pik ik zo'n rit mee.

Op zondag 19 juni was het de beurt aan de Oost-Vlamingen. Dieter nam de taak op zich en tekende een tocht uit met vertrek en aankomst in Eeklo. Afgerond werd die 90 km lang.

Doe er nog de verplaatsing heen en terug naar Gent bij en je komt aan een respectabel aantal kilometers.
De planning viel bijzonder goed: in deze doorweekte junimaand bleek dat we er net die ene droge dag uitgepikt hadden. Echt warm was het niet en de zon scheen ook niet uitbundig, maar al bij al was het prima fietsweer.

De Orca bleef deze keer thuis en de Seiran mocht de honneurs waarnemen. Eén Ortlieb ligfietstas was ruim voldoende als opvang voor alles wat ik onderweg nodig dacht te hebben.

Het was meteen de gelegenheid om wat te experimenteren: geen Garmin Oregon en geen Fuji X20 of andere digitale camera. Neen: de smartphone zou alle taken op zich nemen:
  • OSMAnd als navigatieprogramma, met de tracks ingeladen
  • in de Sony ZR zit ook een redelijke camera, dus voor foto's zou dat ook wel volstaan
  • en jawel: ik kan er ook mee bellen en sms'en
Bijkomend experiment: via de B+M Luxos U zou ik de telefoon van de nodige energie voorzien. Die Luxos krijgt zijn stroom van de SP SD-8 naafdynamo en beschikt zelf over een usb-poort om andere toestellen te laden. Dat werkte prima, want de telefoon was 's avond nog helemaal geladen, ondanks een hele dag OSMAnd.

Om 8u30 vertrokken Ronny -met de roets-, Wouter -met een Quest- en ik -met de Seiran- voor de verbindingsrit van 25 km, slingerend omheen de N9. Dat is een saaie, lange, rechte weg tussen Gent en Eeklo, die je met de fiets mijdt als de pest. Liever langs de Lieve, van oorsprong een middeleeuws kanaal dat Gent met de zee verbond.

De telefoon was in een Minoura-houder op het stuur gemonteerd. Foto's maken deed ik - heel lui - vanuit die positie. Foto-app openen en een plaatje schieten. Dan staan er wel remkabels en benen op, maar het geeft wel ongeveer het beeld dat ik vanuit de fiets zag.


Tegen 10 werden we in Eeklo verwacht. Daar stond een bont gezelschap klaar: wat 'tupperware', nog een roets en een trike.
Erik had zijn Challenge Optima nog maar eens omgebouwd: een trike met drie 26" wielen zie je niet elke dag!

OSMAnd als navigatieprogramma... Het lukte niet zo goed. De tracks stonden in de juiste map, maar ik vond niet hoe ik een track kon kiezen. Blijkbaar werkt het niet zo: je maakt meteen alle tracks zichtbaar in een extra laag. Het duurde 20 km eer ik het door had. Zondag is tenslotte een rustdag, ook voor mijn hersentjes.

Nou ja, geen probleem: Dieter zou ons wel gidsen. Vanuit Eeklo ging het door het Meetjesland: vlak landbouwgebied dat aan beide kanten van de grens met Nederland ligt. Het werd dus een grensoverschrijdende fietstocht. Prima, want er was ook een Zeeuwse delegatie bij: Joop en Anita waren er wat graag bij.


Landbouwwegen op zondag, dat betekent amper verkeer. Af en toe een ingeslapen dorp en om ons wakker te houden, waren hier en daar een kasseistrook in de route voorzien.

Fietsen door Het Leen (Eeklo)
Naarmate de dag vorderde, zakte het tempo en verstilden de gesprekken. 100 km lijkt toch een soort grens te vormen. De Seiran vraagt ook wat meer energie dan de (ondersteunde) E-Orca. Anderzijds is zo'n open ligger veel aangenamer in gezelschap: je kunt tenminste elkaar verstaan. Een velomobiel is wat asocialer: gerammel van de ophanging, gekletter van de romp en als het weer niet meezit, sluit je jezelf op onder je dakje. Zo ben je verlost van het gekwetter van je medefietsers. Even een gebaar 'ik versta je niet' ontmoedigt je gesprekspartner al gauw, maar dat is niet de bedoeling van een groepsuitstapje.

Dicht bij het eindpunt namen Ronny, Wouter en ik afscheid: van daaruit was het makkelijker om terug naar Gent te rijden. Wouter gidste ons naar de Brugse Vaart, aan Mariakerke/Wondelgem. Daar gaf hij zijn Quest de sporen, want zijn einddoel lag een eind verder, bij Aalst. Met z'n tweeën fietsten/roetsten we langs gekende wegen terug naar huis.

's Avonds, thuis, merkte ik dat de zon toch onmerkbaar brandde: mijn schenen en gezicht hadden een ietwat rode kleur... 

Wat cijfertjes:
  • vertrokken rond 8u30 en terug thuis tegen 16u
  • 124 km afgelegd
  • 2 Quests, 1 Quest XS, 1 Strada, 1 Thys 222 en een 209, een Challenge trike met drie 26" wielen en tenslotte een Challenge Seiran 24.   

zaterdag 18 juni 2016

Flevobike: losse sprokkels

Een dagje en wat avonden met de heren Vrielink is altijd verrijkend.

Niet alleen hadden we het over de 'opvolger' van de Orca, die eigenlijk iets helemaal anders zal worden, maar ook over heel wat kleine zaken.

Schijfremmen

Op vrijdag vertrokken twee E-Orca's naar Flevelo, de Duitse verdeler. Allebei zo goed als full option en allebei met dubbel uitgevoerde Magura Big Twin schijfremmen. Of hoe maak je een E-Orca duur... (voor je erover begint: gelijk uitgevoerde velomobielen van om het even welke fabrikant kosten ongeveer evenveel). Reken maar 1000 euro extra voor de remmen.



Toen ik het er met Arjan over had, kreeg ik enkele interessante antwoorden.
  • Het experiment met de Hygia remmen is afgelopen: ze voldeden niet aan de eisen. Lopen te snel aan en de blokken slijten (daardoor) te snel. Magura is een andere klasse. 
  • Schijfremmen zijn enkel interessant voor wie veel in de bergen rijdt. Anders bieden ze geen meerwaarde; ze kosten dan enkel meer.
  • De boutjes van de remtrommels moet je geregeld controleren en aanhalen indien nodig: door de warmte-ontwikkeling bij het remmen (in lange afdalingen) kunnen ze loskomen.

Bestelstop en prijsherziening

Ik had het eerder al vernomen: Flevobike levert nog wel uit, maar voerde tijdelijk een bestelstop in. André bevestigde dit.
De reden: de prijs van de Orca is in jaren niet gewijzigd, maar de velomobiel is steeds luxueuzer geworden:
- display in de LiFePo accu




- meer elektronica (in de verlichting)

Dit wordt (als ik het goed heb) in huis gemaakt
- extra uitrusting die standaard werd
In een Orca zitten veel meer dan 1000 onderdelen; zowat 1800, als ik het goed onthouden heb. De assemblage kost ruim 100 manuren. Dit moet allemaal betaald worden. Daar bovenop is de productielijn erg lang:
  • de bovendelen worden in Tsjechië gemaakt
  • de onderkuip wordt in Dronten gefabriceerd
  • de assemblage gebeurt in Denemarken
Velomobiel-rompdelen nemen veel volume in, waardoor het transport vrij duur is.

Al die elementen maken de productie erg duur.
 
Op dit moment worden alle elementen op een rijtje gezet, waarna de prijs opnieuw bepaald zal worden. Het valt te verwachten dat die omhoog zal gaan. Hoeveel, dat is nog koffiedik kijken. Dus: wie aan een Orca dacht, zal even moeten wachten. Op dit moment kun je zelfs  niet bestellen.
Dat is natuurlijk pech voor de geïnteresseerden, maar het lijkt me wel een gezonde bedrijfsvoering. Tenslotte moet een bedrijf leefbaar blijven.

Velgen

Ik ben echt niet de enige die problemen ondervond met exploderende banden.



Ronny had op één rit, tijdens het Ligfietstreffen in Essen, maar liefst twee ontplofte binnenbanden, waarvan één na een pauze van een half uur. Vorige week hoorde ik van een andere Orcaan (uit Sinaai, Orca nr 19) dat haar velomobiel op zijn kant gegaan was nadat de achterband er tijdens een afdaling af liep.

Flevobike maakte een mal waar de velg in gemeten wordt. Op enkele seconden weten ze of die de juiste diameter heeft. Ik had de velg van Wim en Judith (uit Sinaai) mee en het was heel erg duidelijk dat die te klein was. Flevobike ruilt meteen om, zonder enig probleem.
Helaas is die mal de enig haalbare manier om de maat te nemen van de velg. Het verschil is zo klein, dat de omtrek meten niet volstaat.

Voor alle duidelijkheid: nadat mijn linkervelg gewisseld werd, was het probleem meteen van de baan. Geen bandexplosies meer sindsdien. Ook Ronny is van het euvel verlost.

Werkwijze bij Flevobike

Zoals opgemerkt werd in een reactie (Corn Dolly) bij de post over het onderhoud pakt Flevobike de zaken bijzonder grondig aan. Nu was dat natuurlijk op mijn vraag gebeurd: 'graag een groot onderhoud'. Daarbij werd duidelijk een (mentale) checklist afgewerkt.
Dan leer je ook de keerzijde van het onderhoudsarme concept kennen: omdat alles goed afgeschermd is, vraagt het veel tijd om aan de componenten te kunnen. Kijk maar wat er moet gebeuren om de olie van de Rohloffnaaf te verversen.


De achterbrug moet open om bij de Rohloffnaaf te komen
Hierbij moet ik meteen vermelden dat het vluggere alternatief niet zo goed blijkt. Vorig jaar, bij Fietser.be, deden we het als volgt: olie vervangen en weghalen via de kant van het motorhuis. Maar nu leerde ik dat je er namelijk de olie niet zomaar kunt uithalen, indien je de naaf niet kantelt. Het gaat dus wel snel, maar niet grondig. Het resultaat was dat er teveel olie in de naaf zat.

Dat alles leidt ertoe dat een uitgebreid onderhoud een dure aangelegenheid wordt. Vooral de werkuren hebben daarin een groot aandeel. Maar omdat het maar zo weinig moet gebeuren, zal dit wellicht niet kostelijker uitvallen dan bij andere velomobielen. Daarenboven heb ik nu de zekerheid dat alles nagezien en in orde is.

De toekomst

Flevobike broedt al een poos over een 'opvolger' voor de Orca. Daarbij zal een heel andere weg ingeslagen worden, maar wel een die een logisch vervolg is op het huidige concept. Daarover meer in een deze post. 

zondag 12 juni 2016

Water

Dat de voorbije weken nogal nat water, weet iedereen ondertussen wel. De voorbije week passeerden beelden van net niet zinkende velomobielen de revue.

Foto: Kees van de Wetering
Ook aan tal van andere zaken was te zien dat er meer neerslag dan anders viel. De kalme rivier waarlangs ik heen en weer rij naar het werk, was zowat een modderstroom geworden. Het jaagpad bleef wel droog.

De Schelde in Zevergem
De komende week valt nog meer water. Gelukkig merk je daar vanuit een velomobiel meestal amper wat van.

vrijdag 10 juni 2016

Ventilatie in de E-Orca

De zomer komt eraan. Op warme dagen transformeert elke velomobiel in een sauna. Daarom waarschijnlijk zitten er afvoergaatjes in de bodem: zo kan het zweet weg.

Omdat alle velonauten dit fenomeen kennen, zijn er ook meer creatieve geesten die er een oplossing voor zoeken. Soms zit de creativiteit bij de ontwerper, de fabrikant; soms bij de gebruiker. Die laatste moet dan een achteraf-oplossing vinden.

Fietser.be, bijvoorbeeld, biedt als optie een neus met 'SPAI' aan: 'stagnation point air intake'. Klinkt goed, niet? Het betekent dat er lucht binnengehaald wordt op een punt waar dat de stroomlijn het minst beïnvloedt.
Daniël Fenn nam dat idee over in de DF, waar vooraan ook zo'n gat zit.

Foto: Intercitybike
In een Orca kan dat niet: de constructie is anders en de lampen zitten in de weg. Ik bedacht een 'wat als': wat als je een tweede deksel hebt, waar je de zijkanten uit weghaalt?

In oranje: weg te halen (originele foto: Flevobike)
Je kunt namelijk niet zomaar het deksel verwijderen, want daar zitten bijvoorbeeld de spiegels in.
Met wat verder nadenken, kwam ik tot het besluit dat het wellicht weinig zou uithalen. Dat is namelijk het deel waar de romp 'verjongt' (smaller wordt). De luchtstroom zou weinig afkoeling geven. Dat werd bevestigd door Arjan Vrielink, toen ik onlangs bij Flevobike was en wat mogelijkheden met hen besprak.

Maar Flevobike had natuurlijk ook een oplossing. Pasklaar. Die werd me vorig jaar in oktober al bezorgd, maar dan was de zomer voorbij en dus had ik weinig zin om koude lucht in de velomobiel te laten stromen.

Nu kan het weer wel.

Dit is wat geleverd werd.

Luchthapper, by Flevobike
Een stuk plastic, 3D geprint. Klik je simpelweg vooraan op de opening. Zo:


De foto hierboven toont meteen een probleem: het minivizier combineren met de luchthapper is geen goed idee. Het vizier leidt de lucht omhoog, wat op het vlak van windgeruis (of gebulder op hogere snelheid) een enorme verbetering betekent. Dat houdt ook meteen in dat de luchtstroom naar die happer onderbroken is. Werkt niet.
 
Binnenin geeft dit het volgende:


De luchthapper zonder vizier doet wel wat hij moet. Het uitzicht ervan vanuit diverse hoeken zie je hieronder.


Ik kan je al zeggen: het werkt. Het werkt prima. De lucht wordt binnen in de Orca geblazen en geeft minstens een frisser gevoel. Het is geen airco, maar afkoeling is er wel.

zondag 5 juni 2016

Toekomstvisie bij Flevobike

De Orca is een schitterend product. Dat mag gezegd worden. Welke andere velomobiel heeft hetzelfde afwerkingsniveau, dezelfde kwaliteit van onderdelen?
Het gevolg is dat een Orca erg duur is:
  • meer dan 1000 (ik dacht zowat 1800?) onderdelen om te assembleren
  • ruim 100 manuren voor de montage
  • een dure Rohloffnaaf
Dat alles vertaalt zich in een pittige aankoopprijs.
 
Toen ik bij Flevobike was, het voorbije weekend, stonden twee nieuwe Orca's klaar voor verscheping naar Duitsland. Het viel me op dat daar nog wat extraatjes op zitten die ze nog duurder maken, zoals dubbel uitgevoerde Magura Big Twin schijfremmen...

Bij Flevobike weten ze ook dat de prijs hoog is (maar nog eens: vergelijkbare onderdelen in een andere velomobiel maken die even duur). Er wordt dus volop nagedacht over een opvolger. Die zou een heel andere kant uitgaan en ook weer niet.

Uitgangspunt

Dat Flevobike snelheid niet als primair doel heeft, dat is wel duidelijk. Snelheid is ook slechts belangrijk op lange einden, waar je niet gehinderd wordt door ander verkeer. Dat is prima op de Nederlandse dijken; het gebied waar de Quest en DF heer en meester zijn. Voor de heren Vrielink is een velomobiel een transportmiddel. Ook in de stad, waar je met een Quest liever niet komt. Met zo'n lastenboek kom je tot een heel ander soort velomobiel, die dichter ligt bij de Vélocar van Mochet, vermoed ik.

Foto: Wiki commons
Vier wielen: meer bagageruimte en een hogere stabiliteit. Mooi meegenomen ook: veiliger indien achteraan een band lek raakt. Dat zijn ook uitgangspunten bij de Quattrovelo van Allert Jacobs. Flevobike wil wel een gelijke spoorbreedte voor en achter. Dat is anders dan bij de QV. Ook open wielkasten hebben de voorkeur. Daarmee maak je de draaicirkel veel kleiner en dat is in een stad veel handiger. Allert heeft evengoed argumenten voor de gesloten wielkasten. Het blijven telkens compromissen.

Ruimte voor veel boodschappen of één kind, misschien zelfs twee. Dat is tegengesteld aan het silhouet van de DF, die mikt op een geoptimaliseerde aerodynamiek, om zo een zo hoog mogelijke snelheid te halen. Bij Flevobike gaat het eerder om een maximaal volume binnen beperkte buitenmaten.

Aandrijving

Een probleem dat we zien bij de QuattroVelo is dat de aandrijving heel wat ruimte inneemt, waardoor de plaats voor bagage behoorlijk gereduceerd wordt. Dat is het gevolg van de keuze voor achterwielaandrijving:
  • een lange ketting
  • versnellingen op/bij de achteras
  • ophangingsysteem van de achterwielen
Flevobike denkt daarom aan een revolutionaire aandrijving: geen ketting meer, maar met de pedalen drijf je een generator aan. Dat principe gebruikt Mando nu in de Footloose e-bike. 

Foto: Mando (fabrikant)
Dit past perfect in het doel: geen mechanische aandrijflijn meer, dus komt er veel ruimte vrij voor bagage. Flevobike mikt op een speed-pedelec: 45 km/u als top. En het blijft Flevobike: de Mando is niet goed genoeg. Het moet geraffineerder en voor het gevoel moet het een fiets blijven.
Het principe heeft wel als nadeel een wat lager rendement, maar daar staat dus ruimtewinst tegenover. Ondertussen weten we ook wel dat Flevobike binnen het wereldje van velomobielfabrikanten over de beste papieren beschikt op het vlak van ervaring met elektrische ondersteuning.

Andere elementen

Hogere zit, zodat in- en uitstappen vlotter gaat. De nieuwe is duidelijk niet bedoeld voor de huidige velonauten, maar meer om automobilisten over te halen over te stappen in een compacter transportmiddel voor een stedelijke omgeving.

Modulaire opbouw, met makkelijk te wisselen koetswerkpanelen (net als bij de hedendaagse auto's).

De belangrijkste wijziging en tegelijk de grootste uitdaging: dit kan slechts slagen indien kan overgegaan worden op echte massaproductie. Massa staat dan voor 1000 of zelfs 10000 exemplaren per maand! Dat zijn cijfers waarmee je qua aantallen zowat op het niveau van de auto-industrie komt. Dat maakt dat je goedkoper, veel goedkoper, kunt produceren. Het betekent wel een enorme investering, uitgebreid ontwikkelwerk en een fenomenale productiemachine. Ergens past de Armadillo wel in het plaatje als voorproef. 

In Dronten rijdt al een prototype, om het concept uit te testen. Jammer genoeg vertrok die net toen ik toekwam en de fiets kwam niet terug tot de week erna. Toen was ik alweer thuis.
Dit prototype is niets meer dan een stalen frame (prototype, weet je wel) met de mechanische componenten en een zitje. Geen panelen, geen extraatjes.

Ik ben benieuwd of hij er ooit zal komen. Daarvoor moet dus een investeerder gevonden worden die bereid is geld te stoppen in iets helemaal nieuw. 

maandag 30 mei 2016

Flevobike - dag 3: recordpoging

Doel

Dit stond ook op het programma, aansluitend op het onderhoud: ik wilde proberen of het lukt om op één dag van Dronten naar Gent te rijden. Een tweede objectief: mijn eigen persoonlijke record - 197 km op een dag - verbreken.

Voorbereiding

De route was, dank zij enkele Nederlandse tips, grotendeels uitgestippeld met de routeplanner van de Nederlandse Fietsersbond. Het Belgische deel maakte ik via brouter.de, omdat je daar een voor velomobiel geoptimaliseerde route kunt laten berekenen.

Ik leer bij: deze keer was niet enkel de gps met de nodige tracks mee, maar ook kaarten van Nederland en België. Op die manier heb je een backup voor het onwaarschijnlijke geval dat de gps er compleet de brui aan geeft en daar bovenop een overzicht, zodat je kunt zien waar je ongeveer bent op je route.

Bij de voorbereiding testte ik uit of de Ortlieb ligfietstassen, die ik kocht voor de Seiran, ook dienst kunnen doen als tassen in de Orca.


Ortlieb ligfietstassen
Archiefbeeld: pakken voor de reis, zonder de Radical tassen
Niet dus: te groot, te breed. De Radical M banaantassen zijn dus gepromoveerd tot reistassen voor de Orca. Op de Seiran gebruik ik ze niet meer. In de Orca kunnen ze netjes naast het zitje. Ze zitten voor niets in de weg en maken het veel overzichtelijker.

Met ruim 250 km voor de boeg is voldoende eten en vooral drinken van belang. Een halve liter sportdrank is mee, een halve liter water en ongeveer evenveel fruitsap. Op zijn Nederlands is een voorraadje krentenbollen aanwezig. Snelle suikers zorgen voor energie.
Een hele dag in de zon vraagt ook de nodige maatregelen: een petje met een ruime klep en een degelijke zonnebril moeten me afdoend beschermen.

De rit

Zaterdag 28 mei: iets voor 8u vertrek ik in Dronten. De hemel is klaar blauw, de wind komt uit het oosten. Prima rij-omstandigheden! De track wordt geladen en ik ben er helemaal klaar voor. De route staat op de Oregon 450, die ik op een 16000 mAh powerbank aansloot; ik hoef het lijntje maar te volgen. De fietskaart (OpenFietsMap, Benelux full version) heb ik voor ik vertrok vervangen door de recentste versie.

Na het onderhoud rijdt de E-Orca duidelijk stiller en soepeler. Het is duidelijk niet voor niets geweest dat ik de verplaatsing maakte.


Net buiten Dronten
Rond Dronten is het even zoeken en algauw kom ik in een eerste stuk onverhard.


Dit was niet voorzien
Het zal toch niet... Gelukkig blijft het bij dit ene stukje. Daarna beginnen de eindeloze kilometers over uitmuntende fietspaden en landelijke wegen in prima asfalt in een uitgestrekt agrarisch gebied. Het enige wat ik zie, zijn enorme akkers rond grote boerderijen. Alles is rustig. Amper verkeer, geen mens te zien, de wind in de rug en de temperatuur is ideaal. Als vanzelf hou ik ongeveer 32 km/u aan. Dat is een snelheid die niet teveel inspanning vraagt, lekker comfortabel en toch vlot.



De fietspaden blijven steeds even goed van kwaliteit: vlak, breed en duidelijk zichtbaar. Vaak ook liggen ze ver weg van de autowegen. Helaas zijn zo'n fietspaden in Vlaanderen dun gezaaid.


Rugwind en vlakke baan
Zalig fietsen
Zo kennen we ze hier niet
Heerlijk rustig fietsen
Algauw laat ik Flevoland achter me.


Ergens in Flevoland
Hier en daar moet ik ongelooflijk brede stromen dwarsen: eerst het Eemmeer, dan de Lek, via het Merwedekanaal tot over de Merwede, verder rij ik over de Maas en de Bergsche Maas. Bij die oversteken - het kan moeilijk anders - loopt het fietspad dan weer naast de autoweg. Maar het blijft duidelijk afgescheiden, helemaal anders dan wat de Fransen ervan maakte op de Pont de Normandie, bijvoorbeeld.


Zo hoort het niet (Pont de Normandie)
Brug over het Eemmeer, met een mooi afgescheiden fietspad
zicht op de Maas
De Waal over bij Gorinchem
Zo rond 12u30 wordt het tijd voor de middagpauze. Ik hou halt aan Fort Altena, in de buurt van Werkendam en Sleeuwijk. Een heerlijke omelet met een blonde La Trappe zorgen voor de nodige energie. Wat moet het hier rustig geweest zijn, voor de A27 er lag.



Na het eten bezoek ik een fototentoonstelling in een oude munitie-opslagplaats. Bijzonder: het weinige licht doet de foto's geen recht, maar anderzijds heeft het wel iets boeiends. En het is heel erg rustig: ik ben op dat moment de enige bezoeker in de nauwe gangen van deze bakstenen bunker.



Het deel vanaf Werkendam tot Breda valt minder mee: daar volgt het fietspad de E311/A27. Maar het schiet wel op. De lucht is ondertussen wat gesluierd. Het wordt broeierig. Hopelijk volgt geen onweer.

Hier en daar is er het onvermijdelijke oponthoud, omdat mensen willen weten wat dat 'ding' is, of zoiets goed rijdt (nou en of), hoe hard ie gaat, hoe snel ... Enfin, de gebruikelijke vragen die elke velonaut wel kent. Niet erg: ik heb toch wel wat tijd en een pauze nu en dan is welkom. Het blijft bizar hoe onbekend de velomobiel is. Hoe vaak werd op die ene dag niet gevraagd of ik die zelf gebouwd heb.
Trouble!
De eerste keer dat ik een paard kruiste tijdens deze rit, sloeg het beest prompt op hol. Het enige wat je dan kunt doen, is wachten en hopen dat de ruiter een juiste beslissing neemt. Bij die jongedame vroeg dat wat tijd, tot ergernis van enkele automobilisten.

Deze dames vroegen me vriendelijk om even te wachten. Ze leken al ervaring te hebben met velomobielen. In de regio rond Soest lijken mensen erg van paardrijden te houden. Paarden houden helaas minder van velomobielen...

De routeplanner stuurt me vaak langs waterwegen. Dat is zalig fietsen: brede, rustige paden in vaak prima staat.


Platbodem op de Maas
Oever van de Maas
Langs het Merwedekanaal
Nog steeds het Merwedekanaal
Even oponthoud: tijd voor een krentenbol
Op naar Breda
Ook rond Breda zie ik weer heel veel water. Doet me denken aan de film 'Alatriste', waarin het gebied rond Breda één uitgestrekt moeras lijkt.

Onopvallend ga ik de grens over, langs de Mark.



Enkel een grenspaal toont dat ik in België aankom. Even verder wordt het verschil duidelijker: de fietspaden zijn hier helemaal anders. Ontmoedigend. Net alsof de overheid wil melden: 'neem maar de auto'. Het gevolg is dat ik op de autoweg rij: hier ligt tenminste glad asfalt. Het fietspad ernaast slingert heen en weer en op en neer, vol putten en vaak gelegd in klinkers of gebarsten en oneffen betonplaten.



Aan Schoten, ten noorden van Antwerpen, heb ik 200 km afgelegd. Mijn vorige dagrecord, 197 km, is verbroken. Al de rest wordt pure winst. Ik vier dit met een ice tea op een terrasje.

Antwerpen is altijd vervelend voor het tempo, maar je kunt er eigenlijk niet rond. Aan de voetgangerstunnel is het relatief kalm.


Neen, ik nam de lift, maar de roltrap is subliem
De lift staat open als ik er aankom en ook bij het verlaten kan ik direct de lift in. Op linkeroever ligt een naar Vlaamse normen uitzonderlijk fietspad, dat van Antwerpen naar Kruibeke loopt. Daarna rij ik weer over de weg, want het pad stopt abrupt. Er is wel een dubbelerichtingspad, maar dat loopt tussen de huizen en de parkeerstrook in. Veel te gevaarlijk aan 30+.

De wind is ondertussen gedraaid van oost naar noord: nu heb ik zijwind te verwerken. De onweersdreiging is weggeblazen; de zon schijnt recht in mijn gezicht.

Stilaan begin ik de benen te voelen, dus in Haasdonk volgt nog een pauze. Een fris biertje, een half uurtje uitblazen en dan kan ik het laatste eind aanvatten. Van hier gaat het naar Sint-Niklaas via grote wegen.

Wie verzint hier de fietspaden? Soms zijn ze zo smal dat de voorwielen erbuiten komen... Auto's staan half op het fietspad geparkeerd, omdat de parkeerstroken te smal zijn en overal is de staat lamentabel. Alle tekenen zeggen: 'hier fiets je beter niet', maar er is geen keuze, omdat de auto's ernaast voorbij razen aan 70 of 90 km/u. En onze overheden maar zeggen dat mensen meer met de fiets moeten rijden. Of deed ik er fout aan brouter.de de route te laten bepalen? Er is een alternatief, langs de spoorlijn Sint-Niklaas - Gent, maar dat is hier en daar ook net even breed als de Orca (wat als een tegenligger opduikt?) en slingert links en rechts van de spoorweg.


'Tweerichtingsfietspad' (Sint-Niklaas)
Een eindje voor Lokeren verlaat ik de grote gewestweg. Oef. Hier wordt het weer rustig en de ondergrond is comfortabeler. Zo gaat het gezapig verder.

20u: ik open de garagepoort. De opdracht is volbracht.

270 km afgelegd
200 hoogtemeters bedwongen
28,2 km/u als bewogen gemiddelde
60 km/u als top (tiens, waar was dat?)
0 lekke banden, ook geen andere defecten

PS: vanmorgen hoor en lees ik dat de Antwerpse Kempen rond 18u een zwaar onweer te verwerken kregen. Daar was ik rond die tijd in de buurt. Ik moet er rakelings langsgereden zijn, maar heb niets gemerkt. 

Om af te sluiten nog een beeld dat de hele rit zowat samenvat


Water, perfecte fietspaden en windmolens: dit moet Nederland zijn.